Dordtse kajak- en kanovereniging Dajaks
actueel
vereniging
toertochten
opleidingen/cursussen
tochtplanning
techniek
foto's seizoen 2018
foto's seizoen 2017
foto's seizoen 2016
foto's seizoen 2015
foto's seizoen 2014
foto's seizoen 2013
foto's seizoen 2012
foto's seizoen 2011
foto's seizoen 2010
foto's seizoen 2009
foto's seizoen 2008
foto's seizoen 2007
foto's seizoen 2006
foto's seizoen 2005
werkzaam in de Biesbosch
inleiding
de sluiswachter
de gids en de herder
de journalist
de prostituee
de boswachter
de boer
kanoverhalen
filmpjes
De Biesbosch
contact
aanvragen lidcode
ledenpagina's


zoek met google



facebook icoon twitter icoon
Biesboschbordeel
door Piet Ouweneel
Keerwater september 2009

Biesboschbordeel, . . . een bordeel in de Biesbosch? Hoe kan dat nou, geloof ik niet? Waar … ? Wanneer …? Hoe …? Is het er nog …? Dat waren zo enkele vragen die ik mocht opvangen bij Dajaks en de mannen werden er toch lichtelijk opgewonden van op die koude winterse avonden. Ik denk dat als het bordeel er nu nog zou staan het een stuk drukker zou zijn met kanoën bij Dajaks, en niet alleen bij Dajaks, maar ook bij het Bezoekerscentrum (speciale fluisterboottochten . . .!). Maar helaas, het mag niet zo zijn. Hoe zat het dan wel?
In de jaren vijftig ontstond het eerste schuchtere begin van welvaart in Nederland. Het gevolg was dat de gewone man er in de Biesbosch op uit ging trekken in allerlei vreemdsoortige pieremechochels, alles wat kon drijven kwam je in die tijd tegen. Die toegenomen drukte van vooral stadsvolk bracht cafébaas Jan de Neus uit Sliedrecht op een idee. Hij begon een café in de Biesbosch en legde er in de buurt wat woonarkjes die hij als vakantiewoning kon verhuren aan Rotterdammers. Zo sloeg hij twee vliegen in één klap: inkomsten uit de verhuur en klandizie voor z’n kroeg. Nou moet je bij café niet aan één of andere luxe tent aan het water denken, het was niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen griendkeet. Als bazin zette hij er z’n vrouw in, bijgenaamd Dikke Berta. Lang heeft dit café, genaamd de Lachende Zalm niet bestaan, maar op een recreatiekaart van 1959 staat het nog wel aangegeven. Hoewel er van het gebouw niets meer overeind staat kun je de plek nog herkennen: het is een ruig veldje omzoomd met hoge, oude populieren vlak vóór de haakse hoek in het Kikvorskil waarachter de recreatiesteiger van de Paardewei ligt. En volgens Dajakslid Wim Beerden kun je er nog stukken fundering vinden.



Vanaf het begin liep de Lachende Zalm toch niet zo goed als de café-eigenaar Jan de Neus had gedroomd en al gauw had hij een extra inkomstenbron gevonden. Tsja . . . toen begonnen de verhalen, roddels en geruchten op gang te komen over Dikke Berta en haar meiden. En als het om verhalen gaat kun je niet voorbij aan een paar roemruchte namen uit de Biesbosch.
Allereerst Piet de Naaf. Ja … die naam is niet voor niks: Piet draaide en draaide als een wielnaaf, letterlijk een draaikont, want hij draaide tientallen jaren de sluisdeuren van de Ottersluis open en dicht.
Piet heeft een maat, Bas Klop. Bas Klop is een oude palingvisser die z’n naam heeft verdiend met z’n speciale manier van vissen: door zachtjes op de bodem van z’n boot te kloppen lokte hij de palingen, nieuwsgierig als ze zijn, massaal naar zich toe. En d’n Klop had ze dan maar voor ’t opscheppen. Eén keer, het was in de hete zomer van 1957, kwamen er zoveel palingen naar z’n boot, duizenden moeten het er geweest zijn, dat het water wild begon te kolken en er zulke grote golven ontstonden dat d’n Klop met boot en al gekapseisd is. Sinds die tijd houdt ie het toch maar op palingfuiken.
Wat hebben deze vrome mannen nou met een bordeel te maken zul je zeggen? Nou, deze oude rotten kennen de Biesbosch als geen ander. Als er ook maar een grienduil een scheet liet dan wisten zij het dezelfde dag nog bij wijze van spreken. En ja, van dat bordeel, daar wisten zij meer van. Niet dat ze het ooit bezochten, dat verbood hun christelijke levenswijze, maar ze voeren er wel in verbazing en afschuw voorbij en hoorden de ruige verhalen later in de sluiskolk van grienduilen, vissers en stadse lieden.
Als je er langs voer stond er soms een vrouw in BH de was op te hangen, veelbetekenend, nietwaar? In weer en wind, ook midden in de winter, hing zij louter in BH gekleed iedere dag de was aan de lijn, al vroor het dat het kraakte. De jongere lezer zal dan onmiddellijk zeggen dat die was dan toch bevriest en dat je dus geen was kunt drogen bij vorst. Dat is een misvatting . . . wel eens van vriesdrogen gehoord? Je was wordt daar juist ontzettend mooi droog van, probeer het maar eens. Vandaar de uitdrukking ‘kraakhelder’.
’s Avonds hing er een verdacht sfeertje. Rode lampjes, vrouwengelach en muziek .. en mannen die af en aan kwamen varen. Boven de ingang was over de hele gevel in krullende letters ‘De Lachende Zalm’ geschilderd, erboven een beeltenis van twee innig verstrengelde zalmen. Als dat niet te denken geeft . . .!
En dan de verhalen, hé. Dikke Berta, potiger wijf moet nog geboren worden, maakte korte metten met mannen die niet wilden betalen: die gooide ze pardoes de plomp in, na ze ondersteboven hangend eerst leeggeschud te hebben. En vechtpartijtjes werden in de kiem gesmoord: Dikke Berta pakte met iedere arm één vent en drukte die dan even stevig tegen haar machtige boezem, zodat de mannen even later als vissend happend op het droge op de vloer lagen.
De geruchtenstroom werd steeds sterker en uiteindelijk bereikte die ook de dienaren van de overheid. De veldwachter kon niet langer een oogje dicht knijpen en heeft op last van de burgemeester de Lachende Zalm uiteindelijk gesloten. Dat was het einde van het enige bordeel wat de Biesbosch ooit gekend heeft. En wat er van Jan de Neus en Dikke Berta is geworden? Het verhaal gaat dat die een etablissement in Amsterdam zijn begonnen met de naam Yab Yum, wat Chinees is voor Lachende Zalm.

Bronnen: Het Biesboschboek – Wim van Wijk (2009, Uitg. Waanders, Zwolle)
Stadsarchief Dordrecht
Het Nationaal Bordeel Archief van Wilde Willem