Dordtse kajak- en kanovereniging Dajaks
actueel
vereniging
toertochten
opleidingen/cursussen
tochtplanning
techniek
foto's seizoen 2018
foto's seizoen 2017
foto's seizoen 2016
foto's seizoen 2015
foto's seizoen 2014
foto's seizoen 2013
foto's seizoen 2012
foto's seizoen 2011
foto's seizoen 2010
foto's seizoen 2009
foto's seizoen 2008
foto's seizoen 2007
foto's seizoen 2006
foto's seizoen 2005
werkzaam in de Biesbosch
inleiding
de sluiswachter
de gids en de herder
de journalist
de prostituee
de boswachter
de boer
kanoverhalen
filmpjes
De Biesbosch
contact
aanvragen lidcode
ledenpagina's


zoek met google



facebook icoon twitter icoon
Op bezoek in een zalmkeet
uit Keerwater maart 2009

Als redactielid van de Keerwater gaan deuren open en wordt men ook nog eens gastvrij onthaald. Deze Keerwater is door mij en Godelieve een bezoek gebracht aan onze ‘buren’ Edith en Sjako van de Merwe. Beiden zijn werkzaam in de Biesbosch en wonen in een zalmkeet.

Edith werkt als gids in de Biesbosch met haar eigen bedrijf Pakjebiezen [1]. Met haar fluisterboot Pak je biezen biedt zij voor maximaal acht personen rondtochten in de Biesbosch aan. Aangezien niet nader naar de naam is gevraagd, is het woordenboek en internet geraadpleegd. Met de uitdrukking “De biezen pakken” wordt oorspronkelijk bedoeld een koffer bestaande uit een dubbele mand van vlechtwerk. Als grondstof voor het vlechtwerk wordt de bies gebruikt. Geen idee of het klopt echter wellicht wordt in een dergelijke koffer de bij de tocht behorende proviand meegenomen. De huidige betekenis van “De biezen pakken” is zich uit de voeten maken. Mijn beeld hierbij is het dagelijkse leven even ontvluchten door de Biesbosch in te gaan. Ook wordt vermeld dat een bies een dun hoogopgroeiende oevergewas uit de familie van de cyperaceeën is. De biezen waren de eerste planten die volop groeiden na de St. Elizabethvloed. Inmiddels zijn slechts her er der nog enkele planten te vinden. Vandaar dat twee jaar geleden staatsbosbeheer biezen heeft aangelegd langs het wantij [2].



Sjako heeft samen met zijn compagnon Huug een bedrijf. Beiden zijn herder van een kudde Schoonebeeker schapen. Sjako loopt met zijn kudde in de Biesbosch en Huug loopt in de Alblasserwaard. Van maart tot en met oktober trekken beide herders en de honden met hun kudde rond. In de Biesbosch is het doel van het grazen verschraling van de dijken. De verschraling verandert de plantengroei op de dijken. Tevens wordt minder CO2 geproduceerd daar de maaimachines aan de kant kunnen blijven staan. In Nederlandse natuurgebieden gaan natuur en recreatie samen zodat de schaapskudde en de herder ook een recreatieve functie vervullen. De begrazing in de Alblasserwaard is gericht op de lengte van het gras. De taak van de kudde is het gras op de in het contract afgesproken hoogte te houden. In november en december worden de schapen ingeschaard bij (betekent ingehuurd) de melkveehouders in de Alblasserwaard. Schapen zijn in staat om het gras korter af te grazen dan de koeien. Ook eten schapen de planten die koeien laten staan. Het voordeel voor de melkveehouders is, mooier gras in het voorjaar voor de koeien. De overgebleven maanden gaan de schapen niet op stap en is de tijd om te lammeren. In maart zijn de lammeren dan sterk genoeg om mee te lopen.

De schaapskudde wordt met beleid uitgebreid. Eenmaal geboren in de kudde betekent namelijk tot de dood in de kudde mogen blijven. Aan tussentijds verkoop ten behoeve van de vleesindustrie wordt niet gedaan. Bij het dekken wordt met verschillende kleurstiften gewerkt. Naast het feit dat de kleur aangeeft welke ram gedekt heeft, geeft de kleur ook de dekkingsperiode aan. Op deze wijze kunnen de ooien op de juiste tijd in de stal geplaatst om te bevallen. Te vroeg op stal wordt door de schapen als onprettig ervaren. Geloof het of geloof het niet echter de schapen staan liever buiten in de vrieskou dan binnen in een stal.

Een schaapskudde wordt verdeeld in de vooroplopers, de middenmoot en de achterlopers. De schapen die voorop lopen zijn het meeste op de herder gericht. De middenmoot zijn de meelopers. De achterlopers zijn de dwarsliggers en moeten continue door de honden worden gecorrigeerd. De voorop- en de achterlopers zijn voor de herder het best herkenbaar. Daarnaast zijn voor een schaapsherder alle schapen herkenbaar aan de tekening en het karakter van de kop.

Naast het bedrijf van Sjako en Huug is er ook een stichting vrienden van de schaapskudde [3]. De stichting heeft als doelstelling (bron internet):
Het behoud en ondersteuning van de schaapskudde in het gebied "het Eiland van Dordrecht";
Het bevorderen van het ecologisch beheren van de dijken en openbaar groen binnen het gebied van "het Eiland van Dordrecht", welk gebied onder meer is gelegen in het Nationaal Park De Biesbosch;
Het bevorderen/stimuleren van educatie en voorlichting teneinde de kloof tussen inwoners van stad en platteland te verkleinen.

In het kader van het verkleinen van de kloof tussen inwoners van stad en platteland is het mogelijk om een schaap te adopteren. Een adoptieschaap mag je zelf een naam geven. Contact onderhouden met je adoptieschaap is mogelijk door de schaapskudde te bezoeken als deze aan het werk is. Vaak worden lammeren geadopteerd en soms wordt de schaapsherder daardoor in een moeilijke situatie geplaatst. In het eerste levensjaar is een lam het meest kwetsbaar en helaas komt het, ondanks alle goede zorgen, soms voor dat een lam overlijdt. Sjako heeft dan de moeilijke taak om persoonlijk de ‘adoptiefouders’ op de hoogte te stellen. Sommige ‘adoptiefouders’ zijn zelf nog in de kinderleeftijd en hebben via een regelmatig bezoek een nauwe band met hun ‘schaapkind’ opgebouwd. In deze situaties vindt Sjako het extra moeilijk om het slechte nieuws te brengen.

Edith en Sjako wonen op een voor Dajakkers bekende plek in een oude zalmkeet. Vanuit de Ottersluis rechtsaf de Kikvorschkil invarend zie je aan de rechterkant een gebouw in een turquoise achtige kleur met een karakteristiek dak. De huidige kleur is gelijk aan de oorspronkelijke kleur. Het karakteristieke dak heeft geen specifieke betekenis, een ieder mag erin zien wat men wilt zien.

Het gebouw is in 1880 neergezet ten behoeve van de min of meer industriële zalmvisserij. De twee woningen werden bewoond door de beheerders. De schuur werd bevolkt door dertig tot veertig vissers. De beheerders woonden het hele jaar in de Biesbosch. Het daadwerkelijke werkvolk, de vissers, trokken tweemaal per jaar met dertig tot veertig man in de schuur. De vissers voeren bij eb met bootjes en de zegen (sleepnet) tegen de stroom in tot halverwege de rivier. De zegen was aan de onderkant verzwaard met zegenstenen en aan de bovenkant waren kurken bevestigd. Vanaf de andere kant van de rivier werd hetzelfde gedaan door een andere groep vissers. In het midden werd een kleine ruimte overgelaten voor de scheepvaart. Kortom de zalmen hadden weinig tot geen mogelijkheden om aan de zegen te ontsnappen. Het plaatsen en het inhalen vond tijdens eb meerdere malen plaats. Het inhalen van de netten vond plaats vanaf de wal. Op de wal [4], was een haal met een windas, geplaatst. Niet de vissers echter paarden bedienden de windas. Om de paarden onder te brengen was verderop in de polder een paardenstal gebouwd. Nabij de paardenstal stond de boetkeet [5] waarin de netten werden geboet. Vanwege overbevissing en de slechte waterkwaliteit is de zalmvisserij rond de jaren dertig gestopt. De beheerders kregen de mogelijkheid aangeboden om in de polder koeien te gaan houden. De huizen bleven hierdoor bewoond en daardoor behouden.

In het huis heeft men een prachtig uitzicht. Aan de voorkant kijk je uit op de polder en de Kikvorschkil en vanaf de achterkant op de rivier. Ter herinnering dat men ondanks alles in een dicht bewoond gebied woont, is aan de voorkant ook een fabriekspijp te zien. Verhuizen is iets moeilijker dan normaal. Het huis is immers alleen maar te bereiken via de loopbruggen op de sluis of via het water. Bij de verhuizing is dan ook gebruik gemaakt van een boot waarmee in het dagelijkse leven vee wordt vervoerd. Naast Edith en Sjako wonen er diverse dieren waaronder een zeventien jarige geit die als een kat kopjes geeft. Uit ervaring sprekende, het gebeurt wel wat hardhandig. De kop is groot en het volle lichaamsgewicht wordt ingezet.

De Biesbosch heeft niet veel geheimen voor Edith en Sjako. Aan de hand van kanosporen kunnen ze goed volgen waar de Dajakkers zich begeven. Geluid over het water draagt ver. Ze kunnen dus horen of er veel of weinig Dajakkers bij het clubhuis zijn. Toch is er een openbaar geheim waarvoor geldt dat het leuk zou zijn om er meer over te weten. In de Biesbosch dwaalt het gerucht rond dat tot aan de oorlog een café annex huis van lichte zeden in de Biesbosch was. Het café was gevestigd tussen de griendkeet aan de rechterkant na de Helsloot en de Paardenwei.

Naast wonen en werken in de Biesbosch is er ook tijd om te genieten van de Biesbosch. De mooiste plekjes van Edith en Sjako zijn de Kat, de Mariapolder, de bloemen achter het dijkje bij de Thomas Waard en achter in de Sneepkil, over het dijkje, trekken de oortjes van de reeën de aandacht.


[1] http://www.pakjebiezen.nl/
[2] Varende richting de Mariapolder, voor de vogelhut, aan de rechterover van het Wantij staat de aanplant.
[3] http://www.schaapskuddedordrecht.nl/
[4] Komende vanaf het clubhuis, was de haal geplaatst op de punt van de rivieroever direct voorbij de ingang van de Ottersluis.
[5] De boetkeet staat tussen de hangsloot en de Nieuwe Merwede. In deze omgeving bevond zich ook de paardenstal.