Dordtse kajak- en kanovereniging Dajaks
actueel
vereniging
toertochten
opleidingen/cursussen
tochtplanning
techniek
foto's seizoen 2018
foto's seizoen 2017
foto's seizoen 2016
foto's seizoen 2015
foto's seizoen 2014
foto's seizoen 2013
foto's seizoen 2012
foto's seizoen 2011
foto's seizoen 2010
foto's seizoen 2009
foto's seizoen 2008
foto's seizoen 2007
foto's seizoen 2006
foto's seizoen 2005
werkzaam in de Biesbosch
inleiding
de sluiswachter
de gids en de herder
de journalist
de prostituee
de boswachter
de boer
kanoverhalen
filmpjes
De Biesbosch
contact
aanvragen lidcode
ledenpagina's


zoek met google



facebook icoon twitter icoon
De man met de hoed
Keerwater september 2008

Hoog verheven boven een ieder doet de man met de hoed zijn werk. Niettemin is niemand te min voor hem. Ook voor onze eenvoudige vaartuigen worden de deuren geopend. Gretig varen wij naar binnen. Zonder enige aarzeling sluit de man met de hoed de deuren achter ons. Ineens blijkt dat wij een val zijn binnen gevaren. Zonder morren accepteren wij onze gevangenschap. Gelaten werpen wij een blik omhoog en zien daar de man met de hoed lopen. Al lopende kijkt de man met de hoed nog eens op ons neer en denkt er het zijne van. Gelukkig voor ons besluit de man met de hoed altijd weer om ons vrij te laten. Met een druk op de knop opent de man met de hoed de deuren voor ons en varen wij in vrijheid verder.

De hoog boven ons verheven en op ons neer kijkende man met de hoed is de vaste sluismeester van de Ottersluis. Zijn voornaam is Dirk in Engelstalige landen en in de overige landen hanteert hij de voornaam Dick. Na een korte carrière in de verkoop en bij de NS is hij sluismeester geworden. Dertig jaar geleden heeft Dick gesolliciteerd bij Rijkswaterstaat. Het sollicitatiegesprek was het eenvoudigste in vergelijk met de twee drempels die daarna nog overwonnen moesten worden. Een dienstwoning betrekken bij de Kop van het Land is wel wat anders dan wonen in Sterrenburg. Nadat zijn partner bereid was gevonden om te verhuizen, moest het echtpaar nog op audiëntie bij de inmiddels gepensioneerde sluismeester Piet en zijn vrouw. Ondanks de verschillen of juist dankzij de verschillen tussen beide sluismeesters berichtte Piet Rijkswaterstaat dat Dick in dienst genomen mocht worden.

In tegenstelling tot dertig jaar geleden zijn beide woningen niet langer dienstwoningen. Toch heeft de peilschaal welke vanuit de woning is te bekijken nog steeds hetzelfde nut. Beide woningen staan buitendijks, ofwel er is een verhoogd risico op water in de woning. Voor de afsluiting van de Haringvliet liep het water elke winter zo’n vier keer de woningen binnen. De bewoners haalden dan de schragen en planken te voorschijn en plaatsten het meubilair erop. In de huidige tijd is het fijn om te gewaarschuwd te worden echter de schragen en planken worden niet langer gebruikt.

Dertig jaar geleden waren de twee sluiswachters vierentwintig uur per dag samen verantwoordelijk voor de sluis. Via een bord bij de woning werd vermeld welke sluiswachter dienst had. Tegenwoordig staat één bord op buiten dienst en het andere bord op geen dienst. Echter, ook al is sprake van enige roestvorming, het is nog steeds mogelijk om de borden om te klappen tot wel dienst.

Zoals bekend stopt tegenwoordig de bediening van de sluis in de zomerperiode om 21.00 uur. Het interview heeft mij geleerd dat wil ik honderd procent zekerheid hebben dat ik nog geschut word, ik mij om kwart voor negen moet melden. Om 21.00 uur melden betekent voor de sluismeester dat er na 21.00 uur gewerkt moet worden aangezien de schuttijd er nog bijkomt. Als er sprake is van het minimale hoogteverschil van vijftien centimeter, duurt het schutten niet heel erg lang. Echter bij het maximale hoogteverschil van vijfenvijftig centimeter duurt het schutten langer. Hoe gastvrij de sluismeester is, hij is ook gewoon een mens waarvoor geldt, er is een verschil tussen werktijd en vrije tijd.

Vlak voor het interview was ik nog door sluismeester Dick geschut. Op het moment dat de sluisdeuren halfopen waren, heb ik de sluis verlaten. Sluismeester Dick heeft er ongetwijfeld het zijne van gedacht. Bij een daarvoor geschikte vraag, is mij uitgelegd dat het mogelijk is dat door de zuiging en stuwing van een voorbij varend schip de sluisdeuren dichtklappen. Uit ervaring weet ik hoeveel pijn het doet als mijn vinger tussen een dichtslaande huisdeur zit. In een kajak tussen twee dichtslaande sluisdeuren komen, daar wil ik mijn verbeeldingskracht niet op loslaten. Het moge duidelijk zijn, zelf ga ik dit huzarenstukje niet nogmaals uithalen, mijn onbewuste carrière als stuntvrouw is afgelopen.

Mechanisch voortbewogen vaartuigen kunnen bij het invaren ook last hebben van de zuiging en stuwing van een voorbij varend schip. Als er sprake is van zuiging vaart men met volle kracht de sluis in. Op het moment dat de zuiging overgaat in stuwing is er een grote kans dat het vaartuig onbestuurbaar wordt. Als kajak of als Canadees is het dan veiliger om achter de remmingwerken te liggen zodat het remmingwerk dan de klap opvangt. In de ervaring van de sluismeester zorgden Dajak-vaarders in het verleden beter dan in het heden voor hun eigen veiligheid.

Bij een sluis geldt wie het eerste komt, vaart het eerste naar binnen ongeacht of er wel of geen sprake is van beroepsvaart. Het is mogelijk dat de sluismeester de sluis wil indelen. In dat geval geldt, grote schepen varen de sluis als eerste in en als laatste uit. De grote schepen hebben dan de ruimte om aan het remmingwerk aan te leggen. De kleinere schepen leggen vervolgens tegen een groot schip aan. Door het grootste schip als laatste de sluis uit te laten varen, heeft het schip ruimte om te manoeuvreren en lopen kleine schepen geen kans op beschadiging.

Zittende op een stoel in de verblijfsruimte van de sluismeester valt mij op dat een kajak of Canadees aan de rivierkant alleen bij de krib zichtbaar is. Vanwege onze lage positie op het water verdwijnen wij daarna al uit beeld. Sluismeester Dick denkt echter met ons mee. Ten eerste is het bestaan van Dajaks vermeld in het stroomschema voor nieuwe sluismeesters. Ten tweede wordt ons verzocht om het telefoonnummer van de dienstdoende sluismeester door te geven (078-6161118). Het advies hierbij is, als ingeschat wordt dat niet meegelift kan worden met mechanisch voortbewogen vaartuigen, bel bij vertrek van het clubhuis en meldt uw komst. Voor alle duidelijkheid dit geldt alleen gedurende de openingstijden van de sluis.

De Ottersluis is een tamelijk unieke sluis daar het een zogenoemde groene kolk sluis is. Bij een groene kolk sluis zijn de kommen uitgevoerd met een basaltglooiing met daarboven met gras begroeide bermen. Ter wederzijdse bescherming van de vaartuigen en de sluizen zijn zowel buiten als binnen de sluiskom houten remmingwerken aangebracht. De Ottersluis is samen met de Helsluis gebouwd. De sluizen werden in december 1862 gezamenlijk aanbesteed voor ƒ50.400. Als eerste kwam in 1863 de Helsluis gereed. De Ottersluis werd in 1864 opgeleverd (bron Internet).

Ook op een andere manier is de Ottersluis een unieke sluis daar sluismeester Dick in de categorie uitstervend ras valt. Sluismeester Dick heeft een vaste aanstelling bij Rijkswaterstaat terwijl de nieuwere lichtingen sluismeesters in het algemeen werkzaam zijn voor een uitzendbureau. Sinds de jaren negentig moet een sluismeester beschikken over een Nautop opleiding of hiervoor studerende zijn. Sluismeester Dick heeft op basis van zijn ervaring dispensatie gekregen. Wel geldt dat hij niet langer horizontaal of verticaal verplaatsbaar is. Anders gezegd sluismeester Dick bedient maximaal drie sluizen. In de zomer wordt alleen de Ottersluis bediend en in de winter bedient hij tevens de Helsluis en de Spieringsluis. Met slechts drie sluizen die bediend worden, is sluismeester Dick in moderne termen een immobiele sluismeester. De moderne sluismeesters zijn mobiel ofwel ongeacht de te overbruggen afstand van huis naar sluis worden alle sluizen in een regio bediend.

De toekomst van de sluis gaat er naar alle waarschijnlijkheid weer anders uitzien. Zoals ik het heb begrepen is Rijkswaterstaat bezig of denkt men erover na om de sluizen te automatiseren. Persoonlijk krijg ik van deze mededeling de kriebels, waarschijnlijk gaat mijn automatiseringsbloed reageren. Mij is bekend dat te veel en te vaak automatiseringsprojecten niet goed verlopen en dat de maatschappij ten gevolge van automatisering verandert.

Als voorbeeld de sluiswachter noteert wat voor boten en hoeveel boten geschut worden. Kajaks en Canadezen vallen in de categorie overige. In het kader van het automatiseren van sluizen ervaar ik dat als een gevaarlijke categorie. Een categorie overige betekent in het algemeen dat een bedrijf en de automatiseerder hier weinig aandacht voor heeft. Pas als in de praktijk blijkt dat de categorie overige toch wel van belang is, wordt hier aandacht aan gegeven. Sceptisch als ik in deze ben, vraag ik mij af, moet er eerst een ongeluk plaatsvinden voordat de categorie overige de aandacht krijgt?

Het interview heeft mij geleerd dat een sluismeester meer doet dan het bedienen van de sluis. De aanwezigheid van een sluismeester betekent sociale controle in de sluis. Dankzij deze sociale controle gaan de motoren meestal uit en wordt geluidsapparatuur minimaal zachter gezet. Ik vraag mij af hoe een computer deze sociale controle kan overnemen. Een andere vraag is, hoe kan een sluis geautomatiseerd worden ingedeeld? Of gaat gelden niet langer meerdere vaartuigen tegelijkertijd door de sluis? Wordt dan lang schutten als wij met meerdere bootjes een tochtje gaan maken. Wie gaat erop handhaven dat de pleziervaart de remmingwerken buiten de sluis niet als vaste aanlegplaats gebruiken? Een sluismeester heeft weliswaar geen BOA bevoegdheid echter uitleg en een vriendelijk verzoek kunnen evenzeer het gewenste effect hebben. Wie geeft in de toekomst nog raad bij hoe veilig te schutten? Zelf heb ik tijdens het interview het nodige geleerd ondanks het feit dat ik vooraf de brochure veilig schutten had gelezen. Hoe wordt de veiligheid in de toekomst bewaakt? Als ik nu in de sluis lig, ben ik daadwerkelijk een mens van vlees en bloed in een kajak. Een praatje, een groet, een lach en soms eens een onvriendelijk woord maken mede dat een sluismeester continue aandacht heeft voor zijn/haar vaartuigen. Wellicht wordt in de toekomst de toekomst de veiligheid bewaakt aan de hand van een computerscherm. Hoeveel computerschermen c.q. sluizen worden dan door één persoon bewaakt? Met zekerheid meer dan één anders levert automatisering geen kostenbesparing op. Hoe wordt met de andere sluizen omgegaan indien in een sluis een ongeluk plaatsvindt en de aandacht hiernaar toe gaat? Is het voor een mens wel mogelijk om continue de aandacht bij een computerscherm te houden? Zijn kajaks en Canadezen überhaupt wel zichtbaar op een scherm is de vraag die aan dit alles nog vooraf gaat. Om u, de lezer, niet langer te vermoeien wordt de rest van de vragen maar geplaatst in de categorie overige.

Sluismeester Dick vertelde dat hij ooit vierenzestig kajaks en Canadezen in de sluis had liggen. Wellicht is het een idee om op een rustig moment eens aandacht op ons te vestigen door het aantal van vierenzestig kajaks en Canadezen tegelijkertijd in de Ottersluis te verhogen. Vooraf dan uitnodigingen versturen naar het recreatieschap, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer (in de enquête van Staatsbosbeheer vielen kajaks en Canadezen ook in de categorie overige). Vanzelfsprekend willen wij dan wel geschut worden door de man met de hoed.

De man met de hoed draagt nu zo’n acht jaar een hoed. Inmiddels is de tweede hoed in gebruik genomen. De huidige hoed heeft een familielid drie jaar geleden uit Spanje meegebracht. De hoed is van het merk North face en heeft de maat one size fit all. De man met de hoed is zijn hoed gaan dragen na een moment van bewustwording dat het Koningin Wilhelmina Fonds niet voor niets zon adviezen geeft. De hoed is afwijkend van de dienstvoorschriften echter is tegelijkertijd weer toegestaan omdat de hoed in de categorie persoonlijke bescherming valt. Aan de hand van mijn petje wordt uitleg gegeven waardoor de dienstpet onvoldoende bescherming biedt tegen de zon. Een pet beschermt alleen de voorkant van het gezicht tegen de zon echter niet de zijkanten en de hals. Bij contact op gelijkwaardig niveau valt overigens op dat de man met de hoed onberispelijk gekleed is. De schoenen zijn keurig gepoetst en de broek heeft een scherpe vouw. Achterop het netjes gestreken overhemd, vanzelfsprekend vanwege de zonadviezen met lange mouwen, staat in goudkleurige letters Rijkswaterstaat.

Hoog verheven boven ons Dajakkers doet de man met de hoed zijn werk. Niettemin zijn twee vragenstellende Dajakkers niet te min voor hem. Na toestemming van een leidinggevende is tijd voor ons vrijgemaakt en zijn wij gastvrij met thee ontvangen.